Stil Hoekje

STIL HOEKJE  26 januari 2020

Derde zondag door het Jaar
Johannes en Jezus
Er waren er die ze met elkaar verwarden. Niet al te ernstig op het eerste gezicht. Ze waren immers familie van elkaar, en ook geestesverwanten. Beide riepen op tot bekering. Beiden voelden de nieuwe tijd nabij. Beiden kregen leerlingen. Sterker nog: Jezus werd leerling van Johannes toen Hij zich door hem liet dopen in de Jordaan. Het evangelie van vandaag vertelt dat de gevangenneming van Johannes voor Jezus de aanleiding is om aan zijn openbaar leven te beginnen. Dus einde van een tijd, begin van een nieuwe. Had Johannes niet gezegd dat wie na hem kwam, groter zou zijn dan hij.

Het licht
Jezus verhuist van Nazaret naar Kafarnaüm. De evangelist ziet hierin de vervulling van een profetie van Jesaja(Land van Zebulon…)
Kafarnaüm ligt aan het meer van Galilea. In Jesaja’s tijd hadden de Assyriërs het gebied ingenomen. Woorden als duisternis, smaad, benauwdheid, neerzitten en juk verwijzen naar die voor de lezer van toen actuele periode van ellende. Jesaja geeft het gebroken volk hoop met dit visioen. Er komt licht in de duisternis. Het volk zal zich verheugen. 

De nieuwe tijd
Jezus noemt die nieuwe tijd ’het koninkrijk van God’ of in de taal van Matteüs ‘het koninkrijk der hemelen'. Hij kondigt het aan. Hij spreekt in de donkerste plekken over de komst van het licht. Denk aan de onderdrukking van Herodes. Maar ook op plekken waar de gemeenschap van mensen onder druk stond, op momenten van schuld en schaamte, van ziekte en dood.

Oude woorden nieuw
Jezus laat de mensen in de synagogen de oude Schriftwoorden horen alsof ze zojuist speciaal voor hen opgeschreven waren. Maar de nieuwe tijd vraagt ook concrete daden van mensen in de duisternis. Wat ze eerst moeten doen is zich bekeren. Het hier gebruikte woord betekent schuld bekennen en vergeving vragen. Maar ook: van richting veranderen, een andere weg inslaan, andere keuzes maken.

De andere richting
De laatste twee scènes van ons evangelie hier laten zien hoe ingrijpend deze gevraagde ommekeer in een leven kan zijn. Jezus loopt langs het meer. Hij komt twee maal langs een vissersboot waar vissers hun gewone taak aan het doen zijn. Hij roept ze naar zich toe. Hij zet ze op weg achter hem aan. Zij staan op en gaan mee.

Zo plots en resoluut
Het lijkt in één flits te gebeuren. Wat heeft die vier in beweging gebracht? Hadden ze hem al in de synagoge gehoord? Brandde in hen al een verlangen naar een nieuwe tijd en herkenden ze die in Hem? Matteüs geeft over dat alles geen antwoord. Ze gaan. Ze laten twee belangrijke bronnen van identiteit achter zich: familie en werk. Maar het is geen totale breuk. Jezus heeft het eerder over een omvorming. Vissers zullen ze blijven, maar ze zullen nu mensen( in duisternis) vangen en naar een nieuwe tijd brengen.
 

Amand De Cock, pr.