Stil Hoekje

STIL HOEKJE  20 september  2020

Vijfentwintigste zondag door het Jaar

De eersten vóór de laatste
De parabel vandaag wordt in de Bijbel omraamd door de spreuk over de eerste en de laatste(zie einde van hfdst 19). En midden in de parabel gaan de laatste voor de eersten. Deze thematiek van de eerste en de grootste en laatste en minste, van de heer en de dienaar, raakt aan het hart van de persoon en de weg van Jezus. Het was ook een hardnekkig probleem onder de (eerste) volgelingen van Jezus.

De wijngaard
Het koninkrijk van God, niemand heeft het ooit gezien, maar het is vergelijkbaar met een grondbezitter die alles gelegen is aan zijn wijngaard. Met de eersten komt hij één denarie overeen. Een wederzijdse afspraak. De volgende, ook de laatsten, zal hij geven’(niet uitbetalen of afrekenen) wat rechtvaardig is. Hij geeft! Er wordt geen bedrag afgesproken. Rechtvaardigheid is de norm.

‘Zonder werk’
De landheer treft mensen ‘zonder werk’. Het gaat niet om de luiaards. Daar zou Matteüs( zie het teken van de vijgenboom en de parabel van de twee zonen en die van de talenten) weinig waardering voor gehad hebben. Maar deze kunnen gewoon geen werk krijgen(ze lijken wel op onze asielzoekers die niets mogen doen)
Op het einde van de dag horen we alleen de teleurstelling van hen die ’slechts één denarie’ krijgen en niet de vreugde van hen die ‘zomaar’een denarie krijgen.

‘ U bent niet rechtvaardig’
zouden ze de heer willen verwijten. Ze hebben een ander rechtvaardigheidsgevoel dan hun heer. Er is een begrip dat stoelt op verdienen /uitbetalen ‘recht hebben op’, ‘voor wat hoort wat’. Dat is het principe van de sterken, van de mensen die kunnen, die gezond zijn, geld en macht hebben.

Wat mensen nodig hebben
Dit is het criterium van onze parabel. Belangrijk is het woord ‘geven’ en ook de zin’ omdat ik goed ben’. God laat zijn zon opgaan over slechten en goeden. De parabel wil de toehoorders winnen voor Gods goedheid die uiteindelijk alle 'laatste’ gelijk aan de eersten wil maken. 
Goedheid is gebaseerd op empathie met mensen, op geven, op kijken met de ogen van de ander. De landheer kijkt met de ogen van al zijn arbeiders.

Het koninkrijk
De handelwijze van de landheer maakt duidelijk dat in zijn wijngaard de grondrechten van ieder mens richtinggevend zijn. Zijn wijngaard is het koninkrijk van de hemel en dat is voor een goed begrip niet het hiernamaals maar ‘deze wereld’, dit leven hier en nu ‘naar Gods beeld en gelijkenis’.
 

Amand De Cock, pr.

Mijmering bij het evangelie

GELIJK LOON VOOR ONGELIJK WERK (Matteüs 20,1-16a)
We blijven het meestal toch moeilijk vinden: heb ik door mijn inzet thuis, op het werk of in de vereniging niet wat meer verdiend?
Dat meer verdienen slaat niet alleen op loon maar evenzeer op rechten, aanzien, dankbaarheid …
En vaak spelen we dat heel subtiel. Het lijkt op een vraag naar extra bevestiging en waardering.
Gezien ik zoveel gedaan heb voor … mag ik mij dat toch permitteren, vind je niet?
Ik kan deze houding in vele gevallen best begrijpen.
Maar God redeneert anders. Voor Hem telt het nu. Blijft mijn inzet enthousiast en nieuw? Net alsof ik voor de eerste keer meedoe. 
Het gevaar van gewoonte en ervaring bestaat erin dat we niet meer met nieuwe ogen kijken. Dat we menen beter te weten. In dat verband schrijft Benedictus (begin 6de eeuw!) in zijn regel voor de monniken dat de abt (= een leidinggevende) altijd heel goed moet luisteren naar de nieuwelingen in de gemeenschap. Zij hebben een frisse kijk op wat er in de gemeenschap gebeurt.
Bij dit evangelie kan ik niet anders dan Jezus bedanken om zijn confronterend inzicht. Het houdt mij met mijn voeten op de grond. Het dwingt mij tot nederigheid.
Een wonder toch hoe realistisch en tijdloos het evangelie mij tegemoet komt!
 

(Wies Merckx)