Stil Hoekje

STIL HOEKJE   18 november 2018

Drieëndertigste zondag door het Jaar 

Einde van de tijd.
De lezingen van deze zondag lopen vooruit op het naderend einde. Een moeilijk onderwerp: de tijd waarin er geen tijd meer is, waarin er niets is dan Gods tijd. Over deze toekomst schrijven de bijbelschrijvers in visioenen en vergezichten. Naar hun verwachting komt deze glorieuze tijd van God als alle kwaad en slechtheid van onze wereld, van onze tijd verslagen zijn.

Finale strijd?
Marcus’ evangelie staat in de traditie van uitzien naar de eindtijd. Ook in die dagen heeft de wereld een gewelddadig uiterlijk: de Romeinse overheersing, de verwoesting van de tempel, de dood van Jezus zelf. Het is niet verwonderlijk dat de vraag opkomt of dit de finale strijd tussen goed en kwaad is, in de vaste verwachting dat deze strijd uiteindelijk in het voordeel van het goede, van Gods tijd, beslist zal worden.

Petrus
stelt dan ook de vraag aan Jezus. Jezus beschrijft de hevige strijd die woedt in de wereld om de leerlingen heen. De woordenschat vindt Hij in het boek Daniël:’ Denk niet te simpel, zegt Jezus’, loop niet achter iedere quasi religieuze leider aan die denkt de wijdheid in pacht te hebben. Dat als inleiding op wat we vandaag lezen.

Na de eindstrijd
Jezus verlegt het uitzicht naar de periode na de eindstrijd. De zon wordt verduisterd, de maan… het is alsof de hele schepping die in het begin door God tot leven werd geroepen, tot stilstand komt. Uit de hemel komt dan een teken: de Mensenzoon. Het is als een nieuwe schepping waarin de macht is aan het woord van Jezus

Toekomst na de verschrikkingen
Het geschilderde visioen is bedoeld om de leerlingen toen en nu op te roepen tot waakzaamheid en oplettendheid. Jezus gebruikt het beeld van de vijgenboom. Zoals de vijgenboom uitloopt en toont dat de zomer komt, zo zijn er tekenen die erop wijzen dat Gods tijd komt. De vijgenboom is een beeld van rust, veiligheid en sabbat. Een eerste blaadje aan de vijgenboom, de zomer in aantocht: een eerste maar niet te ontkennen teken van de tijd van God, als de kwade machten van de wereld en van onze tijd verslagen zijn.
 

Amand De Cock, pr.