VOORSTELLING VAN DE MEDEWERKERS VAN DE NIEUWE PAROCHIE

Interview: Wies Merckx, lid van de nieuwe parochieploeg Merelbeke – Oosterzele

Wies, jij bent de trekker van de parochieploeg. Je hebt al een hele geschiedenis in onze parochie achter de rug. Kan je vertellen welke weg je al die jaren afgelegd hebt?
In oktober 1989 werden in ons bisdom 8 nieuwe diakens gewijd. Eén onder hen kwam uit Gijzenzele, 35 jaar jong …
Ondertussen is er een hele weg afgelegd. Eerst in één parochiekerkje dat stilaan leegliep. Later, op vraag van Roger Eeckhout, toen pastoor in Merelbeke en Gijzenzele, kwamen er preekbeurten bij in Merelbeke. Zo werden daar nieuwe contacten gelegd via diaconale activiteiten en catechese. Ervan overtuigd zijnde dat de Kerk ruimer is dan de eigen kleine omgeving heb ik door allerhande activiteiten buiten de parochie de rijkdom mogen ervaren van wat het betekent om verbonden te blijven met het grotere geheel, kijkend over de eigen grenzen. 
In die tijd had bijna elke parochie (of kerktoren) een eigen pastoor. Daardoor gaf de clerus 
vaak veel onafhankelijker en individueler gestalte aan de concrete pastoraal. Er werden te weinig eindverantwoordelijkheden toevertrouwd aan niet-gewijde medewerkers.
Onder impuls van het bisdom ontstonden schoorvoetend her en der parochieploegen. Daar werden de eerste stenen gelegd voor een samen gedragen beleid in de parochies.

Je had vroeger een voltijdse job, je bent diaken, je hebt een gezin, hoe kan je al die aspecten combineren? 
Het een na het ander … Gelukkig heb ik professioneel altijd graag gedaan wat ik mocht doen. Als opvoeder en ondersteuner bij mensen met een beperking, als onderwijzer, als directeur van een lagere school en later als pedagogisch adviseur voor basisscholen in het bisdom Gent, het heeft mij allemaal kansen gegeven om met mensen op weg te gaan en vooral ook zelf veel te leren. Bovendien heb ik altijd het geluk gekend om aan 5 uur slaap per nacht genoeg te hebben. Maar boven alles heeft Lucia (mijn echtgenote) veel opgevangen thuis. Ook daarin heb ik tot mijn eigen scha en schande moeten leren dat het midden vinden tussen thuis, werk en engagement daarbuiten een moeilijke evenwichtsoefening is. Een mens leert bij ervaring, al verander je nooit helemaal …
Alhoewel ik mijn werk nog steeds met volle goesting deed, ben ik bij de gelukkigen die op 58 met pensioen konden. Dat gaf mij de mogelijkheid om meer tijd te maken voor mijn vrijwilligersengagement als diaken. Hoewel dit onbetaald is, blijft de roeping om mee te werken aan een hoopvolle en levendige Kerk voor morgen mij bijzonder boeien en neemt dit zo ongeveer de tijd in van een voltijdse job.

Je besliste op een bepaald moment diaken te worden. Vanwaar komt die beslissing? 
Als kind al was ik in mijn thuisparochie in Elewijt (Brabant) als misdienaar actief betrokken bij het kerkgebeuren. Op mijn vijftiende mochten wij van onze pastoor starten met een jongerenkoor. Gitaren, piano, drums, blazers en zangers, alle ingrediënten voor een ‘swingende’ kerk. Tot na ons huwelijk heb ik dat koor kunnen leiden en hebben we met een groepje van bij de dertig personen een zalige tijd gehad.
Eigen kinderen en de afstand maakten een einde aan dat engagement. Maar al snel werden we in Gentbrugge waar we toen woonden ingeschakeld in de vormselcatechese. De driedaagsen die we toen al met de vormelingen hielden duren tot op de dag van vandaag nog steeds voort in onze eigen parochiewerking.
Mijn opdracht als onderwijzer in het zesde leerjaar bracht mij vaak bij de kern van ons geloof. Wat men aan de kinderen vertelt en voorhoudt, confronteerde mij nadrukkelijk met mijn eigen doen en laten. Zo ontstond stilaan de behoefte naar meer verdieping. De vorming tot pastoraal helper opende dan de poort naar het diaconaat. De wijding zelf was voor ons als een tweede keer trouwen, maar nog intenser: gedragen door een gezin met drie jonge kinderen en door een grote groep medegelovigen.
Al die jaren zijn voor mij lectuur, bezinning, retraites en vorming van groot belang geweest om ‘bij de tijd’ te blijven. Anders droogt de bron op …

In het parochieblad lezen we elke week een gebed van jou. Het lijkt ons een hele opdracht om elke week de nodige inspiratie neer te schrijven? 
2005 was het ‘Jaar van het gebed’. Toen ontstond de gedachte om in het parochieblad wekelijks aan de mensen een ‘Gebed van de week’ aan te bieden. Omdat voor het publiceren van gebeden van andere auteurs telkens toelatingen moeten aangevraagd worden, stelde ik voor om zelf wekelijks een gebed te schrijven bij het evangelie van de zondag.
Ondertussen blijft dat nog steeds voortduren … Dat vraagt wel wat werk, maar tegelijkertijd dwingt het mij om wekelijks bij het evangelie (of een andere zondagslezing) te mediteren, op het leven te leggen en er mee aan de slag te gaan. En dat alleen al is winst voor mezelf!

Door jou is de Sint-Michielsbeweging naar onze parochie gekomen. Wat wilde je hiermee bereiken? Wat is de link tussen jou en de sint-Michielsbeweging?
In 2005 waren er de Wereldjongerendagen in Keulen. Ik trok daar zelf naartoe en de beleving van ons geloof samen met 1 miljoen jongeren heeft mij toen heel sterk aangegrepen. Vanuit de beweging die daaruit ontstond vroeg de toenmalige dekenale conferentie (dekenaat Oosterzele) om iets te starten met en voor jongeren. Met een klein groepje jonge mensen kwamen we maandelijks samen op vrijdagavond voor een gebedsmoment. Een jaar later begonnen we met maandelijkse jongeren- en gezinsvieringen. Door persoonlijke contacten met priester Noël Bonte (stichter van de Sint-Michielsbeweging in Kortrijk) sloten wij in 2009 aan bij de Sint-Michielsbeweging. Concreet gingen jongeren mee op abdijweekends, kwam af en toe een priester van de beweging mee voorgaan in de maandelijkse viering en werd er samengewerkt voor allerlei ondersteunende en vormende initiatieven. Bisschop Luc Van Looy gaf hierover ook zijn zegen.
Mijn betrachting om samen met vele mensen te werken aan een authentieke en bijdetijdse Kerkgemeenschap kreeg hierbij concreter vorm dan ooit tevoren.
Vandaag staat de Sint-Michielsbeweging voor ‘Vriendschap met Jezus’ als ons HART en ‘Vriendschap met mensen in nood en met jongeren’ als onze LONGEN. In een bescheiden werking betrachten we dit waar te maken. De vriendschap en samenwerking met de bewoners van OC De Beweging is alvast een mooie en concrete beleving daarvan.

Hoe ervaar jij je taak als diaken in de nieuwe parochie? Hoe ga je om met frustraties die er wellicht wel zijn. Hoe kijk je naar de toekomst?  
In mijn professioneel verleden heb ik steeds mogen meewerken aan het realiseren van een christelijk geïnspireerd beleid voor scholen. Dat leverde mij uiteraard heel wat ervaring op om dat ook mee te betrachten binnen de parochie.
Gezien de huidige realiteit van het gelovig leven in onze maatschappij leven wij als Kerk boven onze stand. Enige bescheidenheid kan ons dan ook sieren. Tegelijkertijd staan we voor de uitdaging om vanuit de bron van ons geloof in die wereld te staan. Dat kan niet meer zoals we het vroeger deden. We zijn met veel minder en de gemiddelde leeftijd van onze kerk betrokken mensen loopt hoog op. Het is dus zaak om aan iets nieuws te werken dat betekenisvol is en weerklank vindt in de maatschappij. Slechts in een levendige gemeenschap waarvan iets uitgaat (zoals bv. bij de eerste christenen of bij de opkomst van kloosters en abdijen) kan geloof gedijen. In die authenticiteit zullen mensen opnieuw aansluiting vinden. 
Dat brengt natuurlijk veel verdriet mee. Mensen zien hun vertrouwde kerkomgeving inkrimpen of zelfs verdwijnen. Dat brengt alle kerkwerkers in een moeizame spreidstand tussen behoud van wat was en werken aan een nieuwe toekomst.
Toch blijf ik geloven dat we deze verwarrende tijd door moeten. En groeien kost pijn. Maar geboortepijn verandert al snel in grote vreugde voor het nieuwe leven, hoe klein en broos ook … 
Daar wil ik mij samen met velen verder voor inzetten!
‘Zie, iets nieuws ga Ik maken, het is al aan het kiemen, weet gij dat niet? Ja, een weg ga Ik leggen in de woestijn, en rivieren in het dorre land.’ (Jesaja 43,19)

Regine