OP WEG NAAR PASEN - Verslag van de dekenale zangavond

OP WEG NAAR PASEN
Verslag van de dekenale zangavond

Koorzangers, dirigenten, organisten, cantors en wie graag meezingt tijdens de liturgische vieringen, velen waren aanwezig in de Sint-Machariuskerk (Laarne) op de 3de Dekenale zangavond (woensdag 27 februari). Pieter Stevens en Frank Heye begeleidden ons en namen ons reeds muzikaal mee op onze tocht naar Pasen én na Pasen.
‘Zingen is tweemaal bidden‘ en ‘Muziek en liturgie bezitten een verheffende kracht’: dit mochten we proeven en smaken doorheen het lezen van de tekst en het zingen of misschien herontdekken van enkele gekende liederen en het aanleren van nieuwe melodieën.
Erbarm U, God, en delg genadig (ZJ 320) is een typisch gezang voor aswoensdag waarvan de dynamiek doorloopt gedurende de ganse veertigdagentijd. Tijdens de vasten gaan we op weg met verhalen uit het Oude Testament. Het lied God zij geloofd om Kanaän (ZJ 525) leidt ons zelfs tot bij het Pinkstergebeuren: ‘…Over de aarde waait de wind: uw adem maakt ons welgezind om zingend in dit land te wonen.‘
Ook al dreigt er soms wat gewoonte te komen bij het zingen van bepaalde kyriales, een zangavond kan ons prikkelen om meer vreugde in te bouwen in ons zingen want ‘Heilig, heilig, heilig is de Heer, aan Hem de glorie…’!
Met het zingen van het ‘Exsultet‘ - ‘Laat juichen‘ (ZJ 434), de lofzang op de paaskaars, die één paasverkondiging is, werd ook te toon gezet om ons eraan te herinneren bepaalde gregoriaanse kyriales te zingen: in het gregoriaans zit een ‘Paasspirit‘ vervat. Laten we de muziek haar werk maar doen om gezangen levendig en ‘met kwik‘ te zingen! 
Het lied Vernieuw Gij mij, o eeuwig licht (ZJ 610) is een paaslied dat ook tijdens de gewone tijd door het jaar gezongen kan worden: ’Wees Gij de zon van mijn bestaan, dan kan ik veilig verder gaan‘.
Doorheen het zingen van gekende en minder gekende of nieuwe liederen, vormden we dekenaal één grote familie in de aanloop naar de veertigdagentijd en om met vreugde de verrijzenis van de Heer te vieren: ‘Staat op en weest niet bang. Hij heeft ons aangeraakt. Staat op en weest niet bang.’ (ZJ 442)

Annie