Hoogfeest Maria Tenhemelopneming
Het hoogfeest van Maria Tenhemelopneming heeft drie luiken die ik graag belicht: een historisch luik, een theologisch luik en een moreel luik.
Het historisch luik.
Het feest van Maria Tenhemelopneming werd in de eerste kerk helemaal niet gevierd. Trouwens, de moeder van Jezus kwam in de eerste kerk niet echt op de voorgrond. Alle aandacht ging immers naar Christus zelf en naar de betekenis van zijn verrijzenis, van zijn overwinning op de dood en zijn wezenseenheid met de Vader.
De eerste feesten waarin Maria uiteindelijk toch ter sprake kwam, waren dan ook echte Christusfeesten. Zo bijvoorbeeld het feest van Maria Boodschap (het ging om de aankomende Jezus) of het feest van Maria Lichtmis dat eerder ‘Opdracht van de Heer in de tempel’ werd genoemd. Pas heel laat, en dan bedoelen wij de 6de eeuw, ontstonden echte Mariafeesten, zoals het feest van ‘Maria Geboorte’ en het feest van ‘Maria Tenhemelopneming’ hoewel de kerk natuurlijk al veel vroeger had nagedacht over de rol van Maria in de heilsgeschiedenis.
Zo moet er al vrij vroeg een kerkje aan haar zijn toegewijd, ergens tussen Jeruzalem en Bethlehem, een Mariabasiliek. Het is de kerkwijding van deze Mariabasiliek, die elk jaar plaatsvond op 15 augustus, die uiteindelijk heeft geleid tot het officiële feest van Maria Tenhemelopneming op 15 augustus, ingesteld in 582 door keizer Mauritius in Byzantium.
Rome nam het feest over in de 7de eeuw, naar alle waarschijnlijkheid onder paus Sergius I. Sinds de 7de eeuw vieren we bijgevolg op 15 augustus de Tenhemelopneming van Maria. Maar het is pas paus Pius XII die de ‘tenhemelopneming van Maria’ echt als dogma uitvaardigde in 1951.
Het theologische luik.
Wat vieren we eigenlijk als we zeggen ‘Maria Ten Hemel Opgenomen’? Laten we bij deze vraag eerst goed overwegen dat er in het Nieuwe Testament nergens sprake is van de Tenhemelopneming van Maria. Ook de eerste kerk vierde zoals gezegd dit feest niet. Wat ze wel op zeker ogenblik is gaan vieren, is de sterfdag van Maria, haar zgn. ‘koimesis’ in het Grieks, in het Latijn ‘dormitio’, in het Nederlands haar ‘ontslaping’.
Nu nog vieren de orthodoxen de ‘ontslaping van de Moeder Gods’. En de ‘ontslaping’ van Maria, haar sterven, droeg natuurlijk alle redenen in zich om na te denken over de betekenis van haar als ‘ontslapene’. De Nederlandse term bevat hier gelukkig het hele antwoord: ‘Ontslaping’: Maria komt los uit haar slaap, ze wordt als het ware gewekt, met ziel en lichaam wordt ze meegevoerd naar de plaats van het leven, naar de hemel.
Waarom de theologie dan niet van haar ‘verrijzenis’ spreekt of van haar ‘hemelvaart’, is duidelijk: niet uit eigen kracht gaat Maria immers de hemel binnen zoals haar Zoon die van God is; zij is geen godin, zij deelt gewoon in de genade van haar Zoon en van die van God door haar uitverkiezing (denk aan de mooie schilderij van Titiaan waar Jezus Maria opneemt in hemel of een Russische icoon waarop Jezus de ziel van Maria draagt als een kind). Op het Concilie van Efeze (431) ging men met het oog op haar Zoon aan Maria de titel ‘Theotokos’ geven, de ‘Godbarende’, waarbij alle nadruk lag op de goddelijke natuur van Jezus van bij zijn geboorte, niet op Maria. Langzaamaan ging men Maria daarna ook ‘mètèrtheou’, ‘mater Dei’, ‘moeder van God’ noemen, op het gevaar af dat men haar verkeerdelijk zou gaan beschouwen als belangrijker dan God.
Het morele luik.
Tot welke levenshouding spoort Maria ons aan? Maria toont ons in heel haar levenswijze dat zij gewoon behoort tot de rechtvaardigen en van de rechtvaardigen zegt de Schrift al van in het Oude Testament, dat zij zullen opstaan, zullen verrijzen op de dag die God bepaald heeft. Maria verwijst als rechtvaardige in heel haar leven uiteraard naar de rechtvaardige bij uitstek, naar haar Zoon. Heel haar leven is op Hem gericht en ook het Magnificat in haar mond is retrospectief gezien één ode op de verheffing van haar rechtvaardige Zoon waarvan ze in verwachting is: de arme van geest, de nederige, de vriend van de kleinen. Men moet niet op de troon willen gaan zitten, is de boodschap, de troon van David met name waarop haar Zoon allerminst wenste op te stijgen. Als rechtvaardige moet men in de ogen van God inderdaad die troon altijd leeg laten. En wie haar Zoon wil volgen zoals zij deed, doet er ook goed aan met heel zijn ziel God hoog te verheffen. Maria is natuurlijk niet de eerste die God met haar ziel hoog verheft, zij is niet de eerste der rechtvaardigen – velen zijn er voor haar geweest en velen zullen dan ook verrijzen op de dag die God heeft vastgesteld – maar Maria is de eerste uitverkoren christelijke rechtvaardige, zij die het plan van God in zijn Zoon, de verlossing van de mensheid, volmondig heeft beaamd.
Haar valt dus een bijzondere eer te beurt, een eer die in de ogen van de Kerk gevolgen moet hebben bij haar ontslaping. Het beeld van de tenhemelopneming beantwoordt alvast aan die eer. Elk beeld gaat natuurlijk altijd mank. Maar voor ons, christenen, is zij de eerste christelijke heilige, de eerste volwaardige christen, de eerste van het Nieuwe Verbond van God met zijn volk, de Hoge Vrouwe die ons nu vanuit de hemel kan inspireren, kan beschermen en kan voorgaan om in eenheid met haar Zoon even rechtvaardig te zijn, even nederig van hart en even sterk bezield met hoop op onze eigen verrijzenis en verheerlijking op de jongste dag.
Ik wens u allen daarom onder de hoede van deze Hoge Vrouwe een zalige hoogdag.
E.H. Marc Van Steen
Priester op rust in Lede