HOE GAAT HET NOG MET…Pater René Loyens

HOE GAAT HET NOG MET…
Pater René Loyens

Velen herinneren zich zeker nog pater René Loyens die van 1998 tot 2016 mede weekendpastoor in Merelbeke was. In 2010 kwam daar ook nog de parochies Schelderode en Melsen bij. Velen houden goede herinneringen aan deze steeds goedgemutste pater die tot zijn 93 jaar nog met zijn volkswagen zonder stuurbekrachtiging vanuit Gent (het Sint Barbaracollege) naar Merelbeke kwam om voor te gaan in misvieringen. Sinds september 2016 woont hij in het Jezuïetenhuis in Heverlee samen met ongeveer 45 andere gepensioneerde paters. Hij is nog in zeer goede gezondheid, leest nog veel, en geniet van het gemeenschapsleven in het Jezuïetenhuis.
Pater René werd 95 jaar geleden geboren op 4 november 1923 in Antwerpen, een gezegende leeftijd en dus tijd voor een interview. Hij was de tweede oudste in een gezin van drie kinderen: Zijn twee jaar oudere broer werd eveneens priester en overleed acht jaar geleden. Zijn vier jaar jongere broer overleed thuis in 1929, pas twee jaar oud. Na school te hebben gelopen eerst bij de zusters en dan de broeders, gaat hij vanaf het 4° studiejaar naar het Onze Lieve Vrouwcollege in Antwerpen. Hij blijft in dit Jezuïetencollege tot het einde van de humaniora wanneer hij beslist om Jezuïet te worden.

Pater René, Wat doet dat met een mens om 95 jaar te mogen worden?
In de eerste plaats voel ik grote dankbaarheid voor het geschenk dat God mij gegeven heeft in het leven en voor wat ik met dit leven heb mogen doen. En ten tweede, en dat vooral nu, zie ik uit naar het mooiste moment van mijn leven dat nog moet komen, namelijk de overgang van dit leven naar de ontmoeting met de Heer, en houd ik mij ondertussen bezig met het essentiële in dit leven.

Wanneer hebt u voor het eerst overwogen om priester en religieus te worden?
Ik weet dat niet juist. Ik kom uit een christelijk gezin. Alle dagen ging ik naar de kerk vanaf mijn acht jaar. In de maand mei, juni en oktober was er elke dag lof en een rozenhoekje in de kerk waar ik aan deelnam. Die roeping om priester te worden is spontaan gegroeid. Ik was ook actief in het college in de Maria congregatie. Ik denk dus dat ik er altijd aan gedacht heb. Ik heb negen jaar op het jezuïetencollege in Antwerpen school gelopen, drie jaar lager onderwijs en zes jaar humaniora. Ik had in de humaniora vijf verschillende paters als leraar. Ik ben in dat milieu opgegroeid. Door hun voorbeeld, werd ik jezuïet. 

Hoe bent u in Merelbeke terecht gekomen?
In mei 1998 ben ik naar Merelbeke gekomen op vraag van de toenmalige pastoor van Merelbeke ter vervanging van een andere pater die hier ook mede weekendpastoor was geweest. Ik was toen bijna 75 jaar, en normaal moeten priesters dan hun ontslag aanbieden aan het bisschop. Ik ben er uiteindelijk 18 jaar gebleven. 

Sinds twee jaar woon je nu in Heverlee samen met de andere gepensioneerde paters. Hoe bevalt u het verblijf in Heverlee?
Ik ben hier in het begin vooral getroffen door de dienstbaarheid en dit heeft mij enorm geholpen om het hier gewoon te worden. Mensen die minder goed te been zijn of niet goed hun plan kunnen trekken, worden hier zeer goed omringd. Toen ik hier kwam, kende ik van de vijftig mensen misschien acht mensen. Ik kwam dus in een vreemd milieu. Voordien had ik dertien jaar alleen gewoond. Ik was het in Gent niet meer gewoon om in een communauteit te leven. De helft van de bewoners in Heverlee waren vroeger missionaris. Ik kende misschien wel hun namen, maar had hen nooit eerder ontmoet en kon er geen gezicht op plakken. Het was dus zeker een aanpassing om hier te komen wonen. Ik heb eens tegen mijn overste hier gezegd: ik heb veel gereisd en veel op hotel geweest voor mijn werk, 45 jaar als nationaal proost van de christelijke werkgevers en verantwoordelijke voor Actie 365 (de Bijbelagenda). Maar nergens heb ik een hotel gevonden waar ik zo goed verzorgd wordt als hier in Heverlee. Ik ben dus heel gelukkig hier. Ik heb mij ondertussen aangepast.

Hoe ziet u de toekomst van de kerk?
PR: Ik heb vertrouwen in de toekomst en ik ben zeker niet negatief. Ik heb veel hoop omdat ik zie dat er groepen ontstaan die Kerk als gemeenschap zien en leven van ontmoeting met elkaar naar God en het essentiële toe. Er zal wel wat geduld nodig zijn omdat we moeten omschakelen van hiërarchisch denken naar gemeenschapsdenken. Als we meer zouden leven vanuit het engagement van het doopsel, dan doen we aan gemeenschapsvorming. Zo ben ik heel blij met alle initiatieven waar een gemeenschap gevormd wordt die tot buiten de kerk elkaar steunt en helpt en uitstraalt naar buiten.

Bedankt pater voor deze bemoedigende woorden. We kunnen uw steun goed gebruiken en wensen u nog mooie jaren.

Interview + foto: Jo Byttebier